De Crisis- en herstelwet treedt in werking op 31 maart 2010 en heeft als doel het verminderen van regelgeving zodat ruimtelijke initiatieven worden gestimuleerd. Daardoor wordt op korte termijn werkgelegenheid behouden en op langere termijn gewerkt aan duurzaamheid en versterking van de economische structuur.
De Crisis- en herstelwet bevat de volgende onderdelen:
- 58 concreet aangewezen projecten met betrekking tot duurzame energie, infrastructuur, stedelijke ontwikkeling en kustverdediging waarvoor de procedure wordt versneld;
- 20 categorieën van ruimtelijke en infrastructurele besluiten waarvan de procedure wordt versneld;
- bijzondere voorzieningen voor experimentele ontwikkelingsgebieden, innovatieve experimenten, versnelde woningbouwprojecten, etc.;
- een aantal permanente wetswijzigingen.
De eerste 3 onderdelen gelden tot 1 januari 2014, de permanente wijzigingen ook na 1 januari 2014.
Voor 58 concreet aangewezen projecten (bijlage II bij de wet) en 20 specifieke categorieën van gevallen (bijlage I bij de wet) gelden minder en snellere beroepsprocedures. Er kan dan gedacht worden aan sneller een uitspraak van de rechter, meer mogelijkheden om een besluit in stand te laten bij vormfouten, een zekere beperking van de mogelijkheden om beroep in te stellen, etc.
Voor de 58 projecten (dus niet voor de 20 categorieën) is ook de m.e.r- procedure minder zwaar: advies van de Commissie voor de m.e.r. is niet meer nodig en de verplichting om alternatieven in beeld te brengen vervalt.
De minister heeft de mogelijkheid om via een besluit (algemene maatregel van bestuur) meer projecten en categorieën aan te wijzen.
Met de inwerkingtreding van deze wet zullen er een aantal wetswijzigingen worden doorgevoerd. De belangrijkste wetswijzigingen zullen zijn:
- De verplichting om binnen een jaar na het nemen van een projectbesluit een ontwerp-bestemmingsplan ter inzage te leggen vervalt. Ook de financiële sanctie vervalt.
- De Onteigeningwet wordt gewijzigd en versneld. O.a. de procedurele koppeling met ruimtelijke ordeningsbesluiten vervalt.
- De Natuurbeschermingswetgeving wordt gewijzigd en versoepeld. O.a. blijven bepaalde projecten en handelingen vergunningvrij, voorheen moesten ze verplicht worden opgenomen in een beheerplan.
- De Wet geluidhinder wordt gewijzigd. O.a. is nieuw dat een Hogere waarde pas hoeft te zijn verleend voor de vaststelling van een wijzigingsplan of uitwerkingsplan en niet meer voor de vaststelling van het “moederplan”.
|