Het bestemmingsplan is het belangrijkste instrument om het beleid dat bijvoorbeeld is vastgelegd is in de structuurvisie juridisch te verankeren. Het is een bijzonder plan in de zin dat het zowel bindend is voor overheid als burgers en alle ruimtelijke ingrepen voor beide partijen zullen er aan worden getoetst. Bij de totstandkoming van een bestemmingsplan dient altijd een goede belangenafweging te worden gemaakt. Een bestemmingsplan kan op verschillende manieren worden ingezet. Een heel streng bestemd bestemmingsplan kan bijvoorbeeld geschikt zijn om voorgenomen kwaliteiten te waarborgen maar laat weinig ruimte over voor ontwikkeling. Wanneer een bestemmingsplan echter flexibel wordt opgesteld zijn ontwikkelingen wel mogelijk.
Een bestemmingsplan bestaat uit drie verplichte onderdelen, te weten: de toelichting, de regels en een geografische plaatsbepaling (verbeelding). In de toelichting wordt gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening en worden de regels en de plankaart uitgelegd. De regels en de plankaart zijn de bindende onderdelen van het bestemmingsplan. Op de plankaart wordt de precieze bestemming aangegeven. Per bestemming worden in elk geval regels gegeven met betrekking tot de functie of het doel van de gronden, het bouwen, en het gebruik.
Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro is het verder verplicht de ruimtelijke plannen digitaal beschikbaar te stellen. Tevens is vastgesteld dat niet langer een definitieve papieren versie op het gemeentehuis het rechtsgeldende plan is maar de digitaal vastgestelde.
Voorbeelden:
Links:
|